Door: Aart Hutten
Hoe zijn jullie er zo toe gekomen om Norikers te kopen?
Op een gegeven moment kom je in je hobby op een kruispunt. Wat gaan we doen. Wij ook, onze haflinger merrie van 12 moesten we laten inslapen. Mijn vrouw gaf toen te kennen zelf geen paard meer te nemen. Omdat ik een leuke Welsh pony ruin had waar ik veel kilometers mee gemaakt heb werd besloten bij hem een maatje te zoeken. Dat is wel gelukt, maar dit dier heeft zich bij ons nooit thuis gevoeld. Als wij gingen rijden maakte ze altijd problemen. Tot mijn vrouw vertelde dat ze bang was voor dit dier. Toen was het besluit snel gevallen en hebben we die pony weer verkocht, maar mijn oude pony mocht blijven .
Daarna zijn we op zoek gegaan naar een leuk span Haflingers. Merries of ruinen maakte ons niet uit. Wij konden alleen het type wat wij wilden hebben, het oude type, niet meer vinden. Zowel in Nederland als in Oostenrijk hebben we gezocht. Dit kwam ter sprake bij een goede vriendin van ons, die aanbood aan haar dochter die in Oostenrijk een manege leidde, te vragen om naar Haflingers uit te kijken. Dit lukte ook niet.
Toen kwam onze vriendin met het idee, waarom nemen jullie geen Norikers. Norikers?? Wat is dat, die ken ik niet. In die tijd had ik al een aardige boekencollectie, maar met het zoeken kwamen we enkel 5 foto’s tegen. Daarvan waren er twee hetzelfde. Daar hadden we dus ook niets aan. Ook op internet was nog niets over de Noriker te vinden. Toen is de dochter gevraagd om naar twee Noriker merries uit te kijken. Nu wilde het geval dat mijn vrouw voor cursus een paar internationale musea moest bezoeken. Wij waren in Parijs al geweest en nu stond Wenen in de planning. Van hier uit hebben we contact gezocht met de dochter van onze vriendin, Stef, en gevraagd of we vanuit Wenen langs mochten komen om naar paarden te kijken. Dat was OK. Wij zouden vanuit Wenen bellen om te horen wanneer we konden komen. Het was vanuit Wenen met de trein nog een hele reis naar Salzburg; ca. 500 km. Achteraf was dat niet zo handig. Wil je rustig paarden kijken moet je er de tijd voor nemen. Wij hadden beter voor een nacht een hotelletje daar kunnen boeken. Wij kregen dit bij aankomst te horen. Ook dat het haar speet dat ze geen logeerruimte had, maar later zouden we Tony ontmoeten die de eigenaar van de manege was, maar ook van het hotel dat ernaast stond. Het liep allemaal even anders.
Stef nam ons mee naar een handelaar. Daar werd een paard uit de stal gehaald, dof, mager, slap in de achterhand. Ja ze had een slechte baas gehad, maar ze was al veel beter. Moet dit nu ons zonnetje in huis worden? Nee, dat zagen we niet zitten. Dat ze later toch onze Frieda zou worden konden we ons toen niet voorstellen. Er was een stamboekpapier bij, maar als jij net nieuw bent kijk je wel, maar je weet toch niet of het allemaal klopt. Hij liet haar lopen, maar ze slofte achter, nee dat was niets. Wij verder en we zijn bij twee boerenfamilies aangeland die een Mohrenkopfmerrie te koop hadden staan. Achteraf weten wij zeker, dat ze de hoofdprijs wilden, maar eigenlijk niet echt wilden verkopen. Daarna zijn we bij een boerenfamilie geweest die 7 Noriker merries op stal had staan. Zoals daar bij elke boer die een Noriker heeft, moet ze elk jaar voor nafok zorgen. Zo niet, dan moet ze weg. Aan de andere kant staan die stallen redelijk vol en als er gezinsuitbreiding komt, komen ze plaats te kort, dus moeten er dieren weg. Een guste merrie is dan nummer één om te vertrekken. De merrie die ons werd aangeboden was een bruine merrie, niets op aan te merken. Alleen was ze 10 jaar oud. Oostenrijk behoorde nog niet bij de E.E.G. en als je daar een paard kocht moest ze daar onderzocht worden op het vrij zijn van verschillende ziektes, o.a. door het nemen van bloedmonsters. Daarna werd hier gekeken of aan al die dingen voldaan was. Paarden werden gelost, gekeurd en er werd een nummer in de hoef gebrand. Jij als eigenaar mocht 3 maanden niet met de dieren reizen. Wel kon je in de omgeving rijden. Je staat daar dan met een 10-jarige merrie al die soesa mee te maken. Het was wel een hele goede merrie. Zij was met haar leeftijd een hele goede fokmerrie. Ze was twee keer hengstenmoeder. Toen werd er haar bruine dochter bij aangeboden. Haar konden we zeer voordelig kopen als we de oudere merrie kochten. De beide paarden werden ons nog in de sneeuw, maar wel met een lekker zonnetje voorgesteld en er mankeerde niets aan. Als ik toen geweten had wat ik nu weet dan hadden we ze gekocht, maar met alle regeltjes en niet weten hoelang je met een paard van 10 jaar verder kan, durfden we het niet aan.
Verder gingen wij weer, nu lopend, want een andere familie woonde daar dichtbij. Daar kwamen we 4 Noriker merries tegen in een klein schuurtje, waarvan wij dachten: als de paarden uitademen gaan de wanden naar binnen, maar als ze inademen komen de wanden naar buiten toe. Deze dieren waren kuikenmak werd er gezegd en je kon er kinderen mee op weg sturen. Of ze wel echt zuiver waren weten we niet, allemaal waren ze nogal klein in vergelijking met wat wij verder al gezien hadden. Nee, dit leek ons ook niets. Stef nam ons vandaar mee naar de manege waar we Toni ontmoetten. Dus jullie willen Norikers leren kennen? Nu dat kan, dat zal ik jullie laten zien, maar eerst drinken we en eten wij wat. Hij liet ons wat bestellen en Stef, Toni en wij hebben wat over paarden zitten praten. Stef verliet ons hier met de mededeling dat ze les moest gaan geven en dat haar man later zou komen. Nu bleek ook dat we ‘s avonds weer met de trein terug zouden gaan omdat het hotel nog gesloten was. Het was nog geen seizoen. De kachel was niet aan. Toni vond het wel jammer, omdat hij ons de volgende dag niet mee kon nemen naar een veiling die daar in de buurt was. De Man van Stef zou ons aan het eind van die middag weer op de trein zetten. Zover was het nog niet. Van het terras liepen we naar de manege en Toni trok van onder een afdak een grote marathonwagen vandaan. Deze zette hij op een vlak gedeelte. Ja we waren echt in Oostenrijk en vlakke stukken moet je zoeken. Daarna liepen we de stal in. Met aan de rechterkant een hoefsmid die aan het werk was en aan de linkerkant 2 rijbakken waarin lesgegeven werd. Aan de rechterkant allemaal boxen en stands. We liepen door tot achter in de stal. Daar naast elkaar in twee boxen stonden 2 gespikkelde paarden; 2 Tigerhengsten, niet erg groot, maar wel vierkant. Toni deed de deuren open, haalde zijn hengsten aan en draaide zich om. Hij deed een kast open en haalde daar een paar borstels uit waarmee hij de dieren borstelde. Daarna pakte hij twee borsttuigen en tuigde zijn paarden op. Toen hij daar mee klaar was pakte hij een hengst bij het hoofdstel, liep door die lange gang naar buiten, spande de hengst voor de wagen, stak de leidsels door en zei tegen mijn vrouw ga maar vast zitten. Hij liep terug naar de deur en floot een keer. De andere hengst die nog rustig in zijn stal stond te wachten kwam nu in beweging en liep door de lange gang naar Toni toe. De werkende smid, maar ook het wisselen van de lessen maakte hem niets uit, hij kwam naar de deur gestapt waar Toni hem aanpakte en hem naast zijn vriend inspande. De leidsels waren klaar en werden over de bok gelegd, toen Toni zei dat ik op de bijrijdersplaats plaats moest nemen. Hij keek nog even en zei: ik moet andere schoenen aan gaan doen en een pet halen. Weg was hij. Hoe lang we daar gezeten hebben weet ik niet. In die wachttijd heb ik twee pogingen gedaan om de leidsels te grijpen als er een paard erg dicht langs deze hengsten liep, maar dat was niet nodig. Deze dieren bewogen amper. Ze stonden als een blok stil en keken wat om zich heen, maar verder deden ze niets. Toni kwam terug met pet, handschoenen en andere schoenen aan. Hij stapte aan zijn kant op de bok en ging zitten. Zo we zullen een stukje gaan rijden. Pakte de leidsels vast en het enige wat gebeurde, was dat de paardenhoofden een stukje omhoog kwamen en de oortjes naar achteren draaiden. Met het commando “schritt” kwamen de heren in beweging. We zijn een uur gaan rijden, berg op berg af, een dal door en af en toe na een inspanning de dieren de tijd geven om weer op adem te komen. In de bergen is het toch anders rijden dan hier in Nederland. We waren onder de indruk van deze dieren. Ja, zulke paarden wilden wij ook. Maar het was nog niet zo ver. Nadat we Toni bedankt hadden, werden we op de trein gezet door de man van Stef en midden in de nacht waren we terug in Wenen om daar onze reis te vervolgen. Wij hebben nog tijden nagepraat over deze gevlekte hengsten. Super waren die. Toni heeft ze later verkocht, wij weten niet waarheen.
Toen we een paar weken terug waren van onze vakantie belde onze vriendin op. Hebben jullie al wat gehoord van Stef? Nee niets. OK, ik vertrek morgen naar Oostenrijk voor een paar verjaardagen en zal ook zelf eens kijken. Drie weken later werd er teruggebeld. Hoi ik ben het, ik heb vanmiddag met je paarden gereden. O, daar weet ik niets van. Jawel hoor, het zijn twee zwarte merries geworden, ook degene die je niet wilde hebben. Ze is nog wel mager maar doet het goed. Ik heb iemand van het stamboek erbij gehaald die zegt dat je haar er goed bij kan nemen, ze groeit helemaal naar je toe. Hij had gelijk, het werd een hele beste merrie, onze Frieda. Ja, en de andere merrie, iets kleiner en feller, maar zeer goed opgevoed. Zij kwam te koop omdat ze gust was gebleven. Ik vind het een heel leuk span, waar je veel plezier mee zal hebben.
Van beide merries moest o.a. bloed geprikt worden voor onderzoek voordat ze op transport mochten. We hebben besloten om ze verder ook na te laten kijken. De kosten van de dierenarts ben je toch kwijt en nu weet je dat ze op dat moment gezond zijn. Ze weer terug brengen is met al die regeltjes ook geen optie. Beenwerk, hart en longen nagekeken. Toen was het weer een poosje rustig. Op een avond eind mei de telefoon. Hallo Aart. Je paarden zijn goedgekeurd door de inspectie en mogen worden uitgevoerd. Over twee weken gaan ze op transport naar Nederland. Dat werd dus half juni. Het werd voor hun een reis van meer dan 18 uur met een lang oponthoud aan de grens. Op zondagmiddag vanuit Oostenrijk om 16 uur afgeleverd in München. Om 18 uur op de auto naar Nederland. Komen daar de volgende morgen aan om 7 uur. Daar wachten op de dierenarts die om 11.30 uur komt. Papieren nakijken, paarden van de wagen, controleren, nummer in de hoef branden, goedgekeurd en weer de wagen op. Om 12.30 uur telefoon. De meiden zijn de grens over en komen eraan.
Wij voor het huis in de tuin werken, opletten of de vrachtwagen er aan kwam. Ja die kwam, maar voor wij aan de weg waren reed die voorbij. Wij er achteraan in de auto. We hebben hem een heel stuk verder gestopt en mee teruggenomen. Daar de meiden gelost. Bij het aftekenen voor de aflevering bleek dat één van de paarden (Frieda) geen stamboekpapier had. Wat we bij die handelaar wel gezien hadden. Daarover een andere keer meer. De andere had wel een papier. Haar hadden we nog nooit gezien: ze was een kleine boef en snel. Zij heeft de naam Rappe gekregen. Zwart en rap. Rappe is in Oostenrijk zwart. Frieda hebben we vernoemd naar de oude Noriker van onze vriendin. De paarden waren erg moe toen ze aankwamen. En wij dachten hun een plezier te doen door ze in de wei te zetten. Het weer was koud en nat. De ene ging gelijk liggen en de ander bleef staan slapen. Nee dat was niets, kou vatten zouden ze. We hebben ze toen maar naar binnen gedaan. Het heeft een paar dagen geduurd voor ze uitgerust waren. Men had ons verteld dat ze beide beleerd waren, maar wij hebben achteraf begrepen dat ze voor de wagen gelopen hebben en zonder ongelukken weer thuis gekomen waren, maar beleerd, nee, dat kan je zo niet noemen. Ook kregen we te maken met een taalprobleem en we hebben ze een inburgeringscursus laten doen om Nederlands te leren. Het bellen naar Oostenrijk hoe je het een en ander uitspreekt werd ook niets. We moesten wat. Rappe accepteerde geen stang en loopt nu nog op een gebroken bitje en dat gaat goed. Frieda pakt alles aan en was geen probleem. We hebben een paar weken aan de lange lijnen gelopen om commando’s aan de paarden te leren en wij leerden de paarden kennen. Wij hebben ze van alles laten doen en ook samengestelde menwedstrijden werden probleemloos gereden. Ze hebben zich een plek in de familie verworven. Zij mogen blijven en zijn nu boven de 20 jaar. Opvolging zijn we aan bezig. De een is een grote knuffel, maar de ander wil daar niets van weten, maar met werken is die heel gelukkig en knort dan.
Ja, waarom wij Norikers hebben lijkt mij heel duidelijk.