door: Aart Hutten
Ik stond over het hek te kijken hoe de badkuip, die als drinkbak in het land staat, zich met vers water vulde en ondertussen keek ik naar mijn paarden, die heerlijk onspannen 2 aan 2 aan het grazen waren. Eén van de dames kwam naar mij toe gewandeld, duwde haar neus tegen mijn schouder aan en snuffelde. Het was Frieda. Of ze voelde dat ik aan het denken was over haar wat ik zou opschrijven. Het begon met haar kennismaking nu zo’n 18 jaar geleden.
Nu is ze 21 en niet de mooiste meer, maar ze doet haar werk nog graag en ze glimt je tegemoet. Dat was bij onze eerste kennismaking heel anders. Ze werd in Oostenrijk bij de handelaar van stal gehaald. Dof en heel mager en slap was ze. Moet dit nu ons zonnetje in huis worden. Nee toch. Wij zagen het niet met haar zitten en ze werd weer op stal gezet. Wij hebben er geen rekening mee gehouden dat ze later alsnog naar Nederland zou komen.
Ruim twee maanden later kwam ze dan toch van de vrachtwagen af. Maar er zat geen stamboekpapier bij die we bij de handelaar wel in handen gehad hadden. Een paar jaar later toen we weer in Oostenrijk waren en het stamboekpapier ter sprake kwam bij iemand van het stamboek, gaf hij aan dat het waarschijnlijk niet zo moeilijk zou zijn hier achter te komen.
Het fokgebied is in regio’s verdeeld en elk gebied heeft een nummer en een letter P. In het geval van Frieda is dat P2. Dat is het gebied Maishofen, Kaprun, Zell am See, Mittersill. Ze is als veulen in het stamboek ingeschreven en er hoort een papier bij anders heeft ze geen “Nummer Brandt”. De man van het stamboek vertelde ons dat er per jaar een 60 veulens worden ingeschreven. De helft daarvan is hengstveulen. Dus blijven er 30 dieren over. Daarvan is bijna een derde bruin, een derde vos en een derde zwart, aangevuld door een paar tigers. Dus legde hij uit, als jij wat foto’s mee brengt waar het hele dier op staat, lijkt het mij niet zo moeilijk haar uit 8 van die papieren te halen. De rest heeft dan wel voor of achter een wit voetje, zodat het steeds makkelijker wordt. In het moeilijkste geval blijven er drie over. Deze man ging met de foto’s op pad. Na een paar dagen stond hij op ons vakantieadres ineens voor onze neus. “Ik heb het papier en ik ben bij de fokker geweest. Alleen kan de vader nooit kloppen omdat die op de tijd van de dekking niet meer in dat gebied was”.
Frieda is begin augustus geboren en in Oostenrijk worden alle veulens geboren tussen februari en mei. Kort daarop zijn de merries weer gedekt en gaan de alm op. Zo ook de moeder van Frieda. Omdat men in Oostenrijk erg gehecht is aan groepsopfok, is de moeder van Frieda de Alm opgegaan met een groepje jonge hengsten. Waarschijnlijk heeft de vrucht niet gehouden en heeft één van de jonge hengstjes zijn kans gezien. Zij was de leidmerrie die leiding moest geven aan de jonge hengsten om op de Alm te overleven. In die tijd werd er nog niet gekeken naar DNA dus is het zoeken naar een speld in de hooiberg om er achter te komen dat de hengst waarschijnlijk nooit is opgenomen in het stamboek. Ze heeft een hulpboekpapier en wij vinden dat goed zo. Iedereen vindt het een mooi paard.
Ondanks dat ze naar mij toe kwam toen ik de badkuip aan het vullen was is ze helemaal geen knuffelpaard. Ze is voor het werk en van knuffelen moet ze niets hebben. Wat ze wel heeft, als je naast haar loopt zoekt ze steeds met haar neus contact. Ze moet steeds aan je ruiken. Er een borstel overhalen vindt ze best, maar een knuffel nee, dat vindt ze maar niets. Maar een klopje op haar schouder, een aai over haar neus vindt ze prettig. Maar verder niets. Ze zoekt altijd contact en ze praat altijd met je door zachtjes te hinniken, een soort geknor, dat doet ze als ik de stal in kom en voor de wagen als ze weet dat er een leuk stukje bos aan komt, waar ik ze af en toe hard laat gaan. In het begin was dat niet zo en hadden we veel met haar te stellen. Een halster omdoen was geen punt, maar als je haar de stal uit haalde zat er geen rem op en ging het in een streep naar de wei. Je kon kiezen: of los laten, of meerennen. Heel lastig. Het heeft een hele tijd geduurd voor ze begreep dat het ook mogelijk was om onderweg nog even te stoppen. Het is er bijna uit, soms probeert ze nog wat, maar voor 99% doet ze het met haar 21 jaar nog erg goed. Ook mensen die nieuw zijn probeert ze uit, maar zijn die geaccepteerd doet ze al haar werk graag.
Ja, zo is Frieda…..